Deze tekst geeft informatie over het voeding van uw baby met een kopje; deze handeling noemen wij ook wel ‘cup-feeding’. U leest hier wat cup-feeding is; wanneer baby’s hiervoor in aanmerking komen; en hoe u cup-feeding toepast.
Wat is cup-feeding?
Bij cup-feeding vullen wij een kopje (of speciale cup-feeder ) met (borst)voeding en zetten dit aan de onderlip van uw baby. De bedoeling is dat uw baby de melk als een poesje oplikt. Het is niet de bedoeling dat cup-feeding in de plaats van borstvoeding wordt gegeven. Als de moederborst beschikbaar is, gaat daar de voorkeur uit naar borstvoeding.
Aan wie wordt cup-feeding gegeven?
Wij geven cup-feeding aan vroeggeboren en zieke baby’s, die nog niet in staat zijn efficiënt uit de borst te drinken. Wij passen cup-feeding toe totdat de baby wel in staat is om alle voedingen uit de borst te drinken. Cup-feeding wordt ook toegepast indien de moeder op het moment van voeden niet aanwezig kan zijn.
Uit ervaring is gebleken dat baby’s vanaf ongeveer 30 weken zwangerschap in staat zijn om tongbewegingen te maken die nodig zijn voor; a) het oplikken van de melk; en b) de coördinatie van de ademhaling en het slikken.
Om te voorkomen dat het op gang brengen en het continueren van borstvoeding wordt verstoord door het geven van flesvoeding, adviseren wij cup-feeding. Het drinken van flesjes brengt namelijk veel baby’s in verwarring (zgn. tepel/speen verwarring).
Cup-feeding passen wij toe bij:
-
baby’s waarvan de moeder borstvoeding geeft, maar die niet voortdurend op de afdeling aanwezig kan zijn;
-
te vroeg geboren baby’s, die laten merken niet tevreden te zijn met sondevoeding;
-
baby’s die te moe zijn om een borstvoeding af te maken;
-
baby’s met een ongecoördineerd zuig-, slik- en adempatroon, door benauwdheid of een andere conditie;
-
baby’s met lip- en/of verhemelte spleet.
Hoe geeft u cup-feeding?
-
Vul de cup-feeder met opgewarmde (moeder)melk.
-
Houd de baby rechtop.
-
Houd het kopje schuin zodat de melk juist de onderlip raakt. Het kopje rust zonder te drukken op de baby’s onderlip.
-
Houd het kopje tijdens de voeding steeds in deze positie, ook als de baby even met drinken ophoudt.
-
De baby bepaalt zelf het tempo en de hoeveelheid voeding; verslikken komt amper voor, voldragen baby’s knoeien iets meer dan prematuur geborenen.
-
Giet de voeding niet naar binnen, de baby zal de voeding oplikken, in een later stadium zal de baby gaan zuigen of slurpen.
Tot slot
Aanvullende informatie voor borst- en cup-feeding voeding kunt u krijgen bij:
de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk, Postbus 119, 3960 BC Wijk bij Duurstede (tel: 0343 - 576626);
La Leche League, Postbus 212, 4300 AE Zierikzee (tel: 0111- 413189
U kunt ook contact opnemen met de Afdeling IC Neonatologie van het Emma Kinderziekenhuis AMC, Postbus 22660, 1100 DD Amsterdam (t: 020 – 5664270).
www.borstvoeding.nl
Neonatologie (j.wielenga@amc.uva.nl) / Emma Infotheek, april 2009
Laatste wijziging: donderdag 2 april 2009